De mythe van
gemeente vaals
Nog voordat dit land een naam droeg,
lang voordat het eerste vuur in deze streek werd ontstoken,
bereikte het deze plek.
Een gestalte zo kolossaal dat geen mens het ooit in één blik kon vatten.
Het kwam van ver.
Uit een tijd waarin de aarde nog naar vorm zocht.
Lang op zoek naar een rust die dieper ging dan slaap.
Maar pas hier.
Juist hier.
Vond het de stilte die het zocht.
Wat eeuwig had bewogen, kwam tot stilstand.
En liet zich neer.
Het strekte zijn armen. Vouwde zijn handen.
En met een laatste zucht, waarvan de echo bij tijden nog weerklinkt,
sloot het zijn ogen voor een rust waaruit het nooit meer zou ontwaken.


In de jaren die volgden, nam de natuur het over.
Laag na laag. Eeuw na eeuw.
Het landschap werd een deken, gedrapeerd over de contouren van zijn lichaam.
Wat overbleef, was de vorm:
De welving van zijn schouders de heuvels.
De holte van zijn buik het dal.
Kolossale armen, uitgestrekt langs de flanken van het landschap.
Een hoofd, rustend in het oosten.
En daar, onder Holset, zo gaat het verhaal.
Klopt het hart nog altijd.
Eén enkele slag, eens in tientallen jaren.
Wie hier woont, die weet het.
En wie het weet, die voelt het.
Zoals iedereen die hier ooit thuis was.
Dat dit land niet toevallig is ontstaan, maar wordt gedragen.
Door iets dat hier zijn rust vond, lang voordat wij er waren.
En er nog zal zijn, lang nadat wij verdwenen zijn.

